Worminfecties bij paarden

Wormen bij het paard is voor iedere paardeneigenaar natuurlijk een bekend fenomeen, maar vaak wordt alleen aan de weide/zomer periode gedacht. Een paardenworm wordt inderdaad pas in het voorjaar actief. Een worm kan echter de winterperiode wel overleven, waarna hij in het voorjaar (ongeveer half april) weer actief wordt.

Symptomen, oorzaken en gevolgen van verschillende wormen

In Nederland komen verschillende soorten wormen voor die problemen kunnen veroorzaken bij paarden. Hieronder worden de symptomen, oorzaken en gevolgen van de meest voorkomende wormen verder uiteengezet.

Spoelworm (Parascaris Equorum)

De spoelworm komt voornamelijk voor bij veulens en jaarlingen. De larven worden door het paard opgenomen en komen in de darm terecht waarna ze een trektocht door het lichaam maken. De larven komen o.a. langs de lever, longen en keel en worden hierna opgehoest en doorgeslikt. Vervolgens worden de larven in de dunne darm volwassen en zullen eitjes gaan produceren. Eieren kunnen worden aangetoond door mestonderzoek met een microscoop. De paarden met een besmetting zullen hoesten, neusuitvloeiing hebben en soms benauwd zijn. In ernstige gevallen zullen ze mager zijn, een vertraagde groei oplopen, een doffe vacht hebben en niet fit ogen. De spoelwormen kunnen zich ook in de dunne darm ophopen en een verstopping veroorzaken dit geeft koliekverschijnselen, een dikke buik en kan zelfs tot een darmscheuring met sterfte tot gevolg leiden.

Grote Strongyliden (Stronggylus Valgaris)                                               

Grote strongyliden worden door het paard opgenomen en wanneer deze in de darmen zijn aangekomen zullen ze door de darmwand kruipen en in de bloedvaten terecht komen. in de bloedvaten zullen ze tegen de stroom in naar een grote slagader gaan om daar enige tijd in het weefsel te blijven zitten. Dit kan voor schade zorgen, waardoor bloedpropjes worden gevormd die vervolgens vastlopen in de haarvaten van de darmen en kramkoliek veroorzaken. De andere haarvaten zullen wel al snelde bloedstroom overnemen. Door de schade kan tevens een vaatwandontsteking ontstaan waardoor het paard koliek en koorts krijgt en zelfs verlamming tot gevolg kan hebben. Na enige tijd in het weefsel te hebben gezeten zullen de larven weer met de bloedstroom naar de darmen stromen om daar vervolgens weer door de wand heen te kruipen. Eenmaal in de darmen worden de larven volwassen en zullen eieren gaan produceren. De eieren komen in de mest naar buiten en kunnen voor een nieuwe besmetting zorgen. Paarden met een besmetting zullen mager worden, een doffe vacht en een verminderde eetlust krijgen.

Kleine Strongyliden (Cyathostominae)      

De kleine strongyliden is een kleine vorm van de grote strongyliden, maar zal eenmaal aangekomen in het weefsel van de slagader in een ruststadium komen. In dit ruststadium is de <![endif]>worm ongevoelig voor ontwormingsmiddelen. In de winter en het voorjaar komen de larven massaal uit de darmwand en zorgen voor vermageren, diarree, koliek en in ernstige gevallen voor sterfte van het paard.

Aarsworm (Oxyuris Equi)

De aarsworm komt vooral voor in de dikke darm en rond de anus. De eitjes zijn wit-geel van kleur en zitten rondom de anus vastgekleefd. Het paard zal hierdoor jeuk krijgen en dus de staart gaan afschuren. Wanneer de eieren zich ontwikkeld hebben tot larven zullen ze vallen om vervolgens weer opgenomen te worden. Larven zullen beschadigingen van de darmwand tot gevolg hebben.

Wit-gele eieren rondom de anus

Bron: Gezonheidvanmijnpaard.nl

Veulenworm (Strongyloides Westeri)

Bijna alle veulens raken besmet met deze veulenworm via moedermelk of het kauwen op besmette mest. Larven dringen door de huid of slijmvliezen van het veulen heen en trekken door het lichaam via de longen en bronchiën om vervolgens te worden opgehoest en doorgeslikt. Inde dunne darm aangekomen worden de larven volwassen en zullen eieren produceren die via de mest worden uitgescheiden en voor verdere besmetting zorgen. Het veulen zal door de besmetting diarree krijgen en hoesten. De eieren zijn aan te tonen onder een microscoop. Oudere paarden hebben een afweer tegen deze worm opgebouwd, die voorkomt dat de worm via de long kan trekken en dus blijft de worm in het weefsel zitten. Merries die zullen rond het veulenen de wormen weer uitscheiden waardoor ze in de melk terecht kunnen komen.

Lintworm (Anoplocephala Perfoliata)

Deze worm zet zich vast aan de darmwand en zorgt voor beschadiging hiervan waardoor er ontstekingen en zweertjes ontstaan. Door de beschadiging zal de darmbeweging en functie verminderen en kan er verstopping optreden. De verstopping zal koliek als symptoom hebben. De eieren zijn onder de microscoop aan te tonen. Bij een ernstige besmetting zijn zelfs platte wormen tot wel 4 cm. in de mest te zien.

Bloedworm

De larven van de bloedwormen worden opgenomen en dringen in de blinde en dikke darm door de darmwand heen. Daar zullen de larven zich ontwikkelen en vervolgens naar de darm terugkeren en volwassen worden. De wormen voeden zich met stukjes weefsel bij een grote infectie leidt dit tot veel weefselschade, diarree en een verminderde darmfunctie. Indien er volwassen wormen in de zomer worden aangetoond zal het paard verminderde haargroei hebben, vermageren, een doffe vacht,             slappe mest en diarree hebben. Wanneer de volwassen  wormen in de winter worden aangetoond zal er al veel schade aan de darmzijn aangericht en heeft het paard diarree, vermagerd en heeft rode wormen  in de mest.

Bron: Gezondheidvanmijnpaard.nl

Longworm (Dictycaulus Arnfieldi)

Paarden kunnen deze besmetting alleen oplopen indien ze met ezels worden gehouden of op een weiland staan waar voorheen ezels op stonden. De ezels worden niet ziek van de wormen maar zorgen wel voor de besmetting van het weiland. Het paard neemt de larven op die een trektocht via het lymfestelsel naar de longen maken om daar volwassen te worden en eieren te gaan produceren. Deze eieren worden opgehoest en komen via de darmen in de mest terecht. De longworm zorgt bij het paard voor hoest en beschadigde luchtwegen. Door de beschadigde luchtwegen zal het lijken alsof het paard dampig is.

Paarden horzel (Gasterophilus Insterstinalis)

De paardenhorzel is geen worm, maar de eitjes zich wel tot parasiet ontpoppen in het paardenlichaam. De horzel legt eitjes op de vacht van het paard. Door het likken en krabben neemt het paard de eitjes op. De eitjes blijven gedurende enige tijd in de maag zitten waar ze de maag kunnen beschadigen. Hierna komen ze via de mest uit het lichaam en ontwikkelen zich tot horzel.Een horzelbesmetting kan worden waargenomen door gele eitjes, meestal op de vacht van de benen. Paarden met een besmetting zullen over het algemeen weinig symptomen vertonen, maar kunnen wel een verminderde eetlust hebben en vermageren.

Behandeling

Wormen kunnen bestreden worden met ontwormingsmiddel.Zie in de begrippen ‘ontwormen van paarden’ voorinformatie over het ontwormen.

De paardenverzekering kan weigeren schade uit te keren indien dit met ontwormen voorkomen had kunnen worden.

Preventie

Een wormbesmetting kan worden voorkomen door een zorgvuldige ontworming. Tevens is het van belang regelmatig de mest uit de weide te verwijderen of de paarden regelmatig van weiland te wisselen.

Bronnen:

Dierenkliniek Lemmer

Gezonheidvanmijnpaard.nl

Levende Have

Bezoekadres:

Finagri
Vlietskant 37
4141CK Leerdam

Postadres:

Finagri
Postbus 332
4140 AH Leerdam

Telefoonnummer:

030 - 691 22 18