Vrijgesproken, maar toch ontslagen wegens diefstal

Indien een werkgever vermoedt dat een van zijn werknemers goederen heeft gestolen, zal hij deze werknemer het liefst op staande voet ontslaan. In zulke situaties wordt doorgaans geadviseerd om als reden voor het ontslag niet een strafrechtelijk begrip als ‘diefstal’ te noemen maar het voorval feitelijk te beschrijven. Indien de werknemer het ontslag aanvecht zal de rechter beoordelen of de feitelijke beschrijving klopt. Bij gebruikmaking van een term als ‘diefstal’ kan de rechter daarentegen aan het strafrechtelijke begrip toetsen, waarbij elementen als ‘opzet’ ook door de werkgever bewezen dienen te worden. Het Hof Amsterdam koos recentelijk echter voor een andere benadering. Het hof is namelijk van mening dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen het strafrechtelijk en civielrechtelijk begrip diefstal.
Diefstal uit bagage en postzakken
Een bagage-/platformmedewerker op de luchthaven Schiphol werd in 2007 verdacht van de diefstal uit bagage en postzakken. Het uitzendbureau dat hem bij Schiphol tewerk had gesteld ontsloeg de medewerker op staande voet wegens diefstal en er werd aangifte tegen hem gedaan. De medewerker riep kort daarna de nietigheid van het ontslag in.
Medio 2011 werd in de strafzaak tegen de medewerker in hoger beroep geoordeeld dat diefstal niet kon worden bewezen. Om die reden werd de medewerker door de strafrechter vrijgesproken. De medewerker zag daarin aanleiding om het ontslag op staande voet voor de rechter aan te vechten. Nu hij was vrijgesproken van diefstal zou het ontslag op staande voet dat op diefstal was gebaseerd, onterecht zijn gegeven en zou hij recht hebben op nabetaling van het loon over de tussenliggende jaren.
Onderscheid strafrechtelijk en civielrechtelijk begrip diefstal
Het hof oordeelde dat partijen ieder van een andere uitleg van het begrip diefstal zijn uitgegaan. De werknemer meende dat er een strafrechtelijk begrip werd gebezigd. Nu hij is vrijgesproken van diefstal zou het op diefstal gebaseerde ontslag volgens de werknemer geen stand mogen houden. Het uitzendbureau doelde volgens het hof met het begrip diefstal echter op het bewust in strijd met de geldende regels meenemen van bagage en/of postzakken naar donkere plekken om ze daar te openen en te doorzoeken. Dat de werknemer strafrechtelijk is vrijgesproken van diefstal waarbij de strafrechter was gebonden aan de door het OM gekozen tenlastelegging, betekent dan ook niet dat het door het uitzendbureau als diefstal omschreven feitencomplex niet kan komen vast te staan. Zou dit feitencomplex door het uitzendbureau kunnen worden bewezen, dan is daarmee de rechtsgeldigheid van het ontslag volgens het hof gegeven. Of er daadwerkelijk goederen zijn weggenomen acht het hof daarbij niet relevant.
Formulering in de ontslagbrief
Het uitzendbureau werd in de voornoemde zaak door het hof gered door een strikt onderscheid te maken tussen het strafrechtelijk en civielrechtelijk begrip diefstal. Of er altijd van een dergelijk onderscheid zal worden uitgegaan valt echter te betwijfelen. Feit is dat de reden van een ontslag op staande voet voor een werknemer kenbaar moet zijn. Het is daarom aan de werkgever om aan de werknemer (in de ontslagbrief) duidelijk te maken wat er wordt bedoeld met het begrip diefstal, voor zover dat begrip in de ontslagbrief is opgenomen. Daarmee is de noodzaak van een feitelijke beschrijving van het voorval dat aan het ontslag ten grondslag ligt – al dan niet in combinatie met het begrip diefstal – in de ontslagbrief naar mijn mening alsnog gegeven.

 

Bezoekadres:

Finagri
Vlietskant 37
4141CK Leerdam

Postadres:

Finagri
Postbus 332
4140 AH Leerdam

Telefoonnummer:

030 - 691 22 18